De aanwezigheid van een vluchtweg is een belangrijke veiligheidseis bij gebouwen. Maar dit betekent niet dat de hoofdentree persé als vluchtroute moet kunnen dienen. Als u een bepaalde entree voor ogen heeft die om wat voor reden dan ook niet voldoet aan de eisen van een vluchtweg, kan dit ondervangen worden met een additionele vluchtweg. In zo’n geval kunnen naastliggende deuren of bijvoorbeeld een zij-ingang als vluchtroute dienen. De hoofdentree is dan een aanvulling op de vluchtwegcapaciteit
Wanneer de hoofdentree wel als vluchtweg moet dienen is het belangrijk om met een aantal regels rekening te houden. Sinds april 2013 is de EN 16005 van kracht, de veiligheidsnorm voor het gebruik van automatische deuren. In deze norm staan veiligheidsregels waar automatische toegangsdeuren voor voetgangers aan moeten voldoen. Zo ook de eisen die gesteld worden aan een tourniquetdeur als vluchtweg. Dit zijn de belangrijkste regels die hierop van toepassing zijn:
Als aanvulling op deze Europese norm staan ook in het Bouwbesluit 2012 een aantal eisen. De belangrijkste daarvan is de minimale vluchtbreedte van een doorgang. Deze moet 60 centimeter zijn als de vluchtroute wordt beschermd door compartimentering (rook- en brandwerende delen). Als dit niet het geval is, moet de vluchtbreedte minimaal 85 centimeter zijn. Als de entree ook voor rolstoelgebruikers toegankelijk moet zijn, is een minimum vluchtbreedte van 85 centimeter altijd vereist.
Het is erg vervelend als ontwerpideeën achteraf aangepast moeten worden of dat er faalkosten gemaakt worden, omdat ze niet voldoen aan de benodigde vluchtwegmogelijkheden. Maar dit geldt uiteraard ook voor andere eisen en richtlijnen die gesteld worden aan een entree. Lees aan welke functionele, esthetische eisen en normeringen een entree moet voldoen in deze Whitepaper.